De Semoy bij de campingJarenlang trokken wij tijdens onze vakanties met onze caravan 'De Scharrelkip' en onze drie zonen met veel plezier door Frankrijk. Maar de zonen werden ouder en gingen niet meer mee en ook de caravan bereikte een zeer respectabele leeftijd. Zo respectabel, dat we besloten een stalling te zoeken in Noord- Frankrijk, om het oude beestje niet meer elk jaar over de Belgische wegen naar Nederland te hoeven slepen. Zo werd het vriendelijke stadje Monthermé, idyllisch gelegen op de plek waar de Maas en de Semoy samenkomen, het vaste begin en einde van onze vakanties. Op de heen- en de terugreis stonden we daar altijd wel een paar nachtjes op de camping municipal aan de oever van de Semoy. We gingen ons er zozeer thuis voelen dat langzamerhand het idee rijpte om eens te onderzoeken of het mogelijk zou zijn in deze omgeving een huis te kopen. We droomden er altijd al van een huis in Frankrijk te kopen als we de pensioengerechtigde leeftijd zouden hebben bereikt, maar misschien was deze droom nu al te verwezenlijken.

In Nederland onderhandelden we met de bank over een 2e hypotheek op ons Nederlandse huis. Het bedrag dat we uiteindelijk in handen kregen was niet erg groot, maar ons enthousiasme wel. Het zou ons vast wel lukken! Op Internet werden haast alleen huizen aangeboden in het midden en zuiden van Frankrijk en de prijzen lagen meestal ver boven ons budget. De enige oplossing was om zelf ter plaatse te gaan zoeken en daarom reisden we voorjaar 2000 af naar Monthermé.
Op het balcon van Madame Didier, uitzicht op MontherméAlle campings waren nog gesloten en daarom hadden we een gîte gehuurd bij Madame Didier. De gîte was een verdieping in haar huis, wij verbleven beneden, zij woonde boven. Het huis lag tegen de helling en vanaf het balkonnetje hadden we een schitterend uitzicht op de Maas en het stadje Monthermé.

Onze eerste actie was het bezoeken van alle makelaars en notarissen in een straal van 20 km om Monthermé. De makelaarskantoren bevonden zich vooral in de grote stad Charleville-Mézières, maar die hadden niet echt veel te koop in onze prijsklasse en over het algemeen ook niet erg veel zin om moeite voor ons te doen, waarschijnlijk vanwege die -zeer bescheiden- prijsklasse! Een wisselend succes hadden we bij de notarissen, die in deze streek het grootste gedeelte van de huizenverkoop voor hun rekening nemen. Bij sommige études keek men ons verveeld aan en hoorden we 'nee, sorry, maar voor die prijs hebben we niets...', maar bij de notaris in Nouzonville hadden we meer succes. Volgens de receptioniste was er van alles te koop, maar helaas, degene die over de huizenverkoop ging, de vrouw van de Maître, was nu net aan het oefenen voor het toneelstuk waar ze in speelde, of we de volgende dag om 10 uur terug konden komen. Wat we deden. Onze verwachting was hoog gespannen: nu ging het misschien gebeuren! We werden heel hartelijk ontvangen door de echtgenote van de Maître zelf, een tanig, broodmager en kittig dametje die ons met een breed gebaar het kantoor binnenleidde en ons onthaalde op een verhaal over het toneelstuk waarvoor ze aan het oefenen was en haar vakantie naar Vietnam.
'Maar waar komt u eigenlijk voor?'
'Wij zoeken een huis in de prijsklasse tot 250.000 francs'.
'Ik kijk even in mijn schriftje. Ik heb dan wel geen computer, maar ik ben reuze goed georganiseerd, daar kan een computer niet tegenop! Ach, helaas...in die prijsklasse hebben wij op dit moment helemaal niets, maar belt u rustig eens op over een poosje en anders bel ik u wel, misschien komt er iets binnen. Want ook zonder computer kan ik alles vinden en ik heb uw adres nu in mijn schriftje gezet, dus dat kan niet meer misgaan'.
We hebben nooit meer iets van haar gehoord.

Dagen lang bezochten we notarissen en zochten we in alle uithoeken naar adressen, waar dan een totaal vervallen krot bleek te staan. Wat hebben we een huizen gezien zonder deuren, zonder ramen, met verzakte vloeren en zelfs soms zonder dak! We werden er wanhopig van.
Madame Didier leefde zeer met ons mee. Als wij 's-middags uitgeput van het zoeken op ons balkonnetje neerstreken, hing daar vaak een knijper aan een draadje van haar balkon naar beneden met een briefje eraan 'Kom even een borreltje halen boven, Hollandertjes'. Madame Didier, die de zeventig ruim gepasseerd was, had haar hele leven in Monthermé gewoond en had het vaste voornemen opgevat om ons aan een huis te helpen. Ze zat bepaald niet stil, ze belde al haar familie en kennissen om te vragen of die misschien nog een huisje te koop wisten 'voor een aardig stelletje Hollanders' en ze vertelde bemoedigend dat verderop in de straat een mevrouw woonde die erg ziek was en die het vast niet lang meer zou maken, misschien was haar huis iets voor ons! Maar wij droomden van een huisje buiten, met een mooi uitzicht en overal ruimte en groen...

Op een avond kwam ze enthousiast vertellen dat ze een afspraak voor ons had gemaakt met een kennis van haar vriendin, die een huis te koop had vlak bij de Maas. We waren moe van een hele dag tevergeefs zoeken in allerlei verafgelegen uithoeken van de Ardennen en hadden eigenlijk meer zin om op ons balkonnetje te gaan zitten met een glaasje wijn, maar we stapten natuurlijk toch in de auto, op zoek naar het adres van de huiseigenaar. Hij reed voor ons uit naar het huis, dat in een straatje aan de Maas lag en een zeer sombere indruk maakte: het dak golfde, de tuin was overwoekerd en de vloeren vertoonden gaten. We vroegen de eigenaar of het huis wel droog bleef wanneer de Maas buiten zijn oevers trad. Hij antwoordde: 'ah... nee, maar overstromingen komen maar een keer in de paar jaar voor en het water is nog nooit tot de eerste verdieping gekomen, dus je kan daar al je spulletjes droog houden'. We reden gedesillusioneerd terug naar Monthermé.

Monthermé, boucle de la Meuse Het laatste notariskantoor op ons lijstje was dat in Monthermé zelf. Twee dagen voor we weer naar huis moesten werden we daar ontvangen door de dame die verantwoordelijk was voor het onroerend goed, Patricia, een vrolijke jonge vrouw met een grote bos krullen en kleding in uitbundige kleuren. Zij stuurde ons op pad met een lijstje mogelijke droomhuizen... die nog treuriger bleken te zijn dan alles wat we tot dan hadden gezien: twee huizen zonder tuin vlak aan een drukke weg, een totaal uitgewoond clubhuis achter een soort vuilstortplaats, waar de radiatoren allemaal lek waren en de muren en het dak van golfplaat, en een huis in een asociaal buurtje waar we echt niet wilden zitten. Toen we teleurgesteld terugkwamen en haar meldden dat deze krotten niet precies waren wat we zochten, vertelde ze van het huis in Monthermé zelf, aan de oever van de Maas. De prijs was wel hoger dan we konden missen, maar het stond al een poos te koop, dus misschien kon er aan die prijs wel iets worden gedaan.
Het huis aan de MaasVoor deze speciale gelegenheid ging ze zelf mee en we werden een stuk vrolijker bij het zien van dit pand. De ligging was adembenemend, met een schitterend uitzicht op het oude gedeelte van het stadje en de Maas. Het lag bijna buiten de bebouwde kom, aan een smal weggetje langs het water. De tuin lag boven het dak, want de heuvel waar het huis tegenaan lag was steil. Binnenin ruime vertrekken, veel opknapwerk, maar de muren en het dak leken in goede staat. Er was een klein kamertje beneden dat helemaal zwart zag, muren, plafonds, houtwerk. Het balkon had gelekt, vertelde Patricia. Er was een grappig fonteintje in de hal beneden en een trap met houtsnijwerk leidde naar boven. Centrale verwarming op olie. Een donkergroen betegelde badkamer. We waren enthousiast, Patricia ook, maar Madame Didier, die we die avond blij vertelden van onze vondst, wat minder. 'Het is daar beneden bij het water veel te nat, dat is niet gezond' zei ze. 'Maar het loopt niet onder als de Maas buiten zijn oevers treedt, hoor, het ligt hoog genoeg' zeiden wij. Madame Didier bleef echter bij haar standpunt: 'Ik ken dat huis goed, toen ik klein was ging ik daar vaak snoepjes halen bij de oude mevrouw die daar woonde. Maar het huis is veel te nat, jullie moeten het niet doen.' Wij gingen terug naar Nederland om het idee te laten bezinken.

Na twee weken lang wel honderd keer de voors en tegens tegen elkaar afgewogen te hebben, besloten we dat we het, ondanks de waarschuwingen van Madame Didier, toch graag wilden hebben. Voor de zekerheid wilden we het nog een keer grondig inspecteren en daarna konden we dan een bod uitbrengen.
Op een maandagmorgen stapten we om 5 uur in de auto, omdat de Ardennen zo dichtbij zijn, kan je in een dag heen en terug. Het was verschrikkelijk weer, de Belgische wegen zijn bij regen één grote ramp van opspattend water. Om negen uur stonden we in de plensregen bij de notaris op de stoep en kregen van Patricia, die opgewekt mopperde dat het al de hele week regende, de sleutel. Opgetogen en voorzien van fototoestel, ruitjespapier en duimstok reden we naar het huis. Eenmaal binnen liep Lex meteen de trap op naar boven en ik begon beneden met het opmeten van de vertrekken... en toen zag ik het... het water stroomde binnen haast net zo hard van de muren als buiten... Drijfnat was het huis, de plassen stonden op het zeil. Dus daarom waren alle deurposten aan de onderkant zo verrot! Al het water dat van de heuvel af stroomde, trok in de zandstenen muren van het huis.
'Wat jammer' zei Patricia, 'nu zijn jullie helemaal voor niets gekomen. Het enige wat ik op dit moment nog te koop heb, is een vies oud huis zonder waterleiding en sanitair, dat is vast niets voor jullie'.
'Laten we toch maar even gaan kijken, nu we er toch zijn', zeiden wij.

 

Pas de Problème
Powered by CMSimple