63. Werkzaamheden en visite

Toen Juri en Sacha weer naar hun eigen huis terug waren gegaan, ruimden we op driekoningen de kerstboel op en daarna hield ik grote schoonmaak in de kelder.

Half januari kwamen ineens (nou ja…ineens…we zeurden er al twee jaar over!) drie mensen van Liesch om de steiger op te bouwen om veilig de rand tussen het dak en de achtergevel dicht te kunnen maken. De vogels trekken daar in het voorjaar hele lappen glaswol uit en dat is niet de bedoeling. Het was ’s-nachts -4°° en overdag rond het vriespunt, dus ze begonnen dapper, maar moesten vanwege de kou ophouden, al die berijpte onderdelen maakten het te gevaarlijk. De week erna was het prachtig weer, maar wie er kwam…geen steigerbouwers. De maandag daarop stonden ze ineens met z’n vieren voor de deur en maakten de steigers grotendeels af. Al bouwende waren ze er achter gekomen dat de dakgoten eigenlijk ook vervangen moesten worden. De vierde man, David, bleek een dakdekker uit Tournavaux te zijn, die dezelfde dag een devis maakte en de dag erna al begon de dakgoot achter te slopen en opnieuw op te bouwen. Hij deed er 2 ½ dag over in de ijzige kou (het werd niet warmer dan 2° boven nul en daarbij regende en mot-sneeuwde het geregeld). Hij werkte zonder pauzes en zonder te eten 9 uur achter elkaar. De held!
Daarna kwamen Bruno en Dominique van de firma Liesch het hout maken, ze waren ruim twee dagen aan het timmeren en zagen, de eerste ochtend moesten ze met strooizout de steiger begaanbaar maken, maar daarna waren het de twee zonnigste dagen van januari, gelukkig. De steiger werd opgeruimd en de rekeningen betaald.
Klaar…en steenmarter- en vogel-proof!

Op 24 februari viel ‘Poupin’, zoals Yvette hem noemt, Oekraïne binnen. De hele westerse wereld stond op zijn kop en werd overstroomd door vluchtelingen. Elke dag zat iedereen aan de buis gekluisterd om te zien hoe, toch vlakbij, hele steden werden platgegooid…De ouders van Natasha, Sacha’s ex en haar zus met zoontje vluchtten ook en vonden onderdak bij Natasha in Amersfoort.

De maanden maart en april waren zonovergoten, maar koud. Toch begon ik voorzichtig in de tuin te rommelen. Ik snoeide de appelbomen en Lex zaagde de grote uitstekende takken van de appelboom bij de moestuin. Julien kwam om de takkenboel te verbranden en later om het terrasje en het grote terras met de hogedrukspuit schoon te maken, want Lex mocht niets doen, hij had een tendinitis, dat betekent ontstoken pezen in zijn rechterschouder en zelfs een afgescheurde pees. Ik haalde de zeilen van de moestuin en we vouwden ze samen op. Voordat het eind maart ging regen, was de hele tuin klaar voor de zomer. Zelfs de kieren van het golfplaten dak op het schuurtje waren dichtgestopt met maar liefst 19 metalen pannensponsen, zodat de vogels geen nestmateriaal meer naar binnen konden gooien, want dat gaf elk jaar een enorme ravage.

We vierden Pasen in Almere, Juri kwam ook en wij gingen samen eindelijk weer naar de Mattheüs Passion in Amsterdam. Juri ging mee terug naar Woieries voor een paar dagen en René en Sonja kwamen ook. Sonja vierde bij ons haar verjaardag.

Eind april kwam Jean de moestuin omploegen en ik pootte aardappels en uien. Yvette was er voor het eerst in al die jaren niet bij, ze is nu 92 en wordt steeds slechter. Ze had al maanden een dikke plek onder haar oog, die opeens ging ontsteken. Ik ging met haar naar de dokter en ze belandde 6 dagen in het ziekenhuis aan de antibiotica. Daarna volgden scans, bezoekjes aan een ziekenhuis in Reims en elke dag 4x druppelen, 2x door de verpleegster en 2x door mij.

Lex en ik werden erg verkouden, ik zelfs zo erg, dat ik naar de dokter ging. Toen ik de medicijnen ging halen, liep ik langs een mevrouw die met haar fiets voor de bakker stond te wachten. Ik zei haar ‘bonjour’ en liep door. Toen ik weer thuis was, kreeg ik een messenger berichtje van Lex’ nicht Rolien uit Castricum. Wat bleek? Die mevrouw bleek Sanna, haar vrouw geweest te zijn en ze waren met de camper op de camping in Monthermé! Die avond aten ze bij ons en we kletsten heerlijk bij.


In mei kwamen Hans en Joke tien dagen. Het was erg gezellig, ook door het prachtige weer, waardoor we veel buiten konden zijn. Het nadeel was, dat het wel erg droog was, daarom waren we blij dat het begin juni eindelijk eens flink ging regenen.

Ik maakte jam van de 4 kilo aardbeien die Liesch meebracht toen hij zijn voeten kwam laten doen. Terwijl ik daarmee bezig was, kwam buurman Gérard binnen. De volgende dag kwam hij aan Lex vragen of hij die jam kon kopen. Lex zei natuurlijk dat kopen niet ging, maar krijgen wel. Daar moest ik dan maar over beslissen, zei Gérard. Ik ging hem dus twee potjes brengen en wilde van geen betaling weten. ‘Wat drinkt Lex graag?’ vroeg hij, ‘Port?’. ‘Nee, dat drink ik graag, Lex drinkt rode wijn of rosé’. ‘Oh, dan breng ik hem wel een fles wijn’ verklaarde Gérard en kwam later een fles rosé brengen.
Zo werd Lex beloond voor werk wat ik gedaan had…
Wat me herinnerde aan de Nederlandse politiemensen die jaren geleden in onze omgeving een survivalweekend organiseerden. De organisatoren kwamen een paar keer voor de tocht hier slapen om alles te regelen en omdat ze weinig tot geen Frans spraken, hielp ik dapper mee. Toen ze weg waren, ging ik ook nog naar de burgemeester van Thilay voor een overnachtingsplek, bestelde etenswaren bij de Intermarché in Bogny en zo nog meer dingen. Het survivalweekend was een groot succes, bij ons huis was ook een opdrachten-post. Lex en ik werden uitgenodigd om de laatste avond mee uit eten te gaan bij Robinson in Haybes. Aan het einde van die avond stond de ‘leider’ op en…bedankte Lex hartelijk voor de geweldige hulp, zonder welke het nooit zou zijn gelukt. Lex kreeg applaus en een stapel cadeautjes.
Hij had helemaal NIKS gedaan, potverdorie!


Pas de Problme
Powered by CMSimple