63. Werkzaamheden en visite

Toen Juri en Sacha weer naar hun eigen huis terug waren gegaan, ruimden we op driekoningen de kerstboel op en daarna hield ik grote schoonmaak in de kelder.

Half januari kwamen ineens (nou ja…ineens…we zeurden er al twee jaar over!) drie mensen van Liesch om de steiger op te bouwen om veilig de rand tussen het dak en de achtergevel dicht te kunnen maken. De vogels trekken daar in het voorjaar hele lappen glaswol uit en dat is niet de bedoeling. Het was ’s-nachts -4°° en overdag rond het vriespunt, dus ze begonnen dapper, maar moesten vanwege de kou ophouden, al die berijpte onderdelen maakten het te gevaarlijk. De week erna was het prachtig weer, maar wie er kwam…geen steigerbouwers. De maandag daarop stonden ze ineens met z’n vieren voor de deur en maakten de steigers grotendeels af. Al bouwende waren ze er achter gekomen dat de dakgoten eigenlijk ook vervangen moesten worden. De vierde man, David, bleek een dakdekker uit Tournavaux te zijn, die dezelfde dag een devis maakte en de dag erna al begon de dakgoot achter te slopen en opnieuw op te bouwen. Hij deed er 2 ½ dag over in de ijzige kou (het werd niet warmer dan 2° boven nul en daarbij regende en mot-sneeuwde het geregeld). Hij werkte zonder pauzes en zonder te eten 9 uur achter elkaar. De held!
Daarna kwamen Bruno en Dominique van de firma Liesch het hout maken, ze waren ruim twee dagen aan het timmeren en zagen, de eerste ochtend moesten ze met strooizout de steiger begaanbaar maken, maar daarna waren het de twee zonnigste dagen van januari, gelukkig. De steiger werd opgeruimd. Een paar weken later kwam David een steiger opbouwen om de goot voor te vervangen. Bruno kwam daarna om in zijn eentje het hout eronder te maken.

Julien spoot met de hogedrukspuit de terrassen schoon en ik was bedrijvig met het onkruidvrij maken van de tuin. Het was een prachtig voorjaar, warm en zonnig en erg droog. We vierden Pasen in Almere, Juri kwam ook en wij gingen samen eindelijk weer naar de Mattheüs Passion in Amsterdam. Juri ging mee terug naar Woieries voor een paar dagen en René en Sonja kwamen ook.

Lex en ik werden erg verkouden, ik zelfs zo erg, dat ik naar de dokter ging. Toen ik de medicijnen ging halen, liep ik langs een mevrouw die met haar fiets voor de bakker stond te wachten. Ik zei haar ‘bonjour’ en liep door. Toen ik weer thuis was, kreeg ik een messenger berichtje van Lex’ nicht Rolien uit Castricum. Wat bleek? Die mevrouw bleek Sanna, haar vrouw geweest te zijn en ze waren met de camper op de camping in Monthermé! Die avond aten ze bij ons en we kletsten heerlijk bij.

Eind april kwam Jean de moestuin omploegen en ik pootte aardappels en uien. Yvette was er voor het eerst in al die jaren niet bij, ze is nu 92 en wordt steeds slechter. Ze had al maanden een dikke plek onder haar oog, die opeens ging ontsteken. Ik ging met haar naar de dokter en ze belandde 6 dagen in het ziekenhuis aan de antibiotica. Daarna volgden scans, bezoekjes aan een ziekenhuis in Reims en elke dag 4x druppelen, 2x door de verpleegster en 2x door mij.

In mei kwamen Hans en Joke tien dagen. Het was erg gezellig, ook door het prachtige weer, waardoor we veel buiten konden zijn. Het nadeel was, dat het wel erg droog was, daarom waren we blij dat het begin juni eindelijk eens flink ging regenen.

Ik maakte jam van de 4 kilo aardbeien die Liesch meebracht toen hij zijn voeten kwam laten doen. Terwijl ik daarmee bezig was, kwam buurman Gérard binnen. De volgende dag kwam hij aan Lex vragen of hij die jam kon kopen. Lex zei natuurlijk dat kopen niet ging, maar krijgen wel. Daar moest ik dan maar over beslissen, zei Gérard. Ik ging hem dus twee potjes brengen en wilde van geen betaling weten. ‘Wat drinkt Lex graag?’ vroeg hij, ‘Port?’. ‘Nee, dat drink ik graag, Lex drinkt rode wijn of rosé’. ‘Oh, dan breng ik hem wel een fles wijn’ verklaarde Gérard en kwam later een fles rosé brengen.
Zo werd Lex beloond voor werk wat ik gedaan had…

 

Pas de Problme
Powered by CMSimple