Eind augustus gingen we voor de laatste keer dat jaar een langere periode naar het Franse huis, met het plan om de logeerkamer voor de oma's onderhanden te nemen. De jongens hadden die zomer de muren al ontdaan van de bepleistering en Stella had de schoorsteenmantel afgekrabd, dus het begin was al gemaakt. We gingen maandag meteen naar Charleville om materiaal te kopen en ook langs Monsieur Liesch omdat de glaswol en de rails voor de placo op waren. Ze zouden het komen brengen. Dat gebeurde ook, maar ze brachten de verkeerde rails. Monsieur Liesch kwam in hoogsteigen persoon de fout herstellen en hij zwaaide ons veel lof toe over onze vorderingen. Hij vond het 'magnifique!'

De muren waren kaal, het kamertje was leeg, het materiaal was aanwezig, dus niets stond ons in de weg om een prachtig logeerkamertje te maken in deze twee weken. Terwijl we buiten wat onkruid uit een perkje trokken, reed er ineens een verdacht bekend busje ons erf op... broer Hans en schoonzus Joke, op doortocht van een familiebezoek in Zwitserland naar huis. In het busje was een tweepersoons bed gemonteerd, met daarboven een ventilator, en zo hadden ze een minicamper die voldeed aan alle eisen van comfort! Hans begon spontaan sleuven voor de elektra te hakken en boorde zo fanatiek een gat met de elektra-dozen-boor, dat hij dwars door de muur heen ging en in de gang uitkwam! Lex begon het plafond schoon te maken en aan te smeren en ik krabde de laatste restjes van de schoorsteenmantel en beitste hem donkerbruin.
En dat is alles wat er die periode aan het kamertje gedaan werd...

want toen kwam Jean-Baptiste langs. Wij hadden van de postbode gehoord dat hij longkanker had, in het ziekenhuis lag en er niet meer uit zou komen. Het bleek gelukkig iets anders te zijn, hij had inderdaad longkanker, maar lag in het ziekenhuis voor chemotherapie en tussen de kuren en de bestralingen door was hij gewoon thuis. Hij bedankte voor het, door ons voorzichtig geformuleerde 'sterkte'-briefje dat wij in zijn brievenbus hadden gedaan en we raakten aan de praat over de tuin. Hij beloofde het 'gras' te maaien als hij dacht dat het nodig was, ook zonder expliciete opdracht van ons. We vertelden hem dat we het zo jammer vonden dat 's-zomers ons uitzicht op de heuvels achter ons huis en het dorpje Hauts-Buttés met zijn kerkje aan het oog onttrokken werd door de hoge bomen die om ons terrein groeiden en we vroegen hem wanneer hij dacht dat de beste tijd zou zijn om de bomen in de achterste hoek te kortwieken. 'Ik haal mijn zaag, we doen de hele heg, ik vraag 10 euro per uur', zei Jean-Baptiste voortvarend, 'want als ik het nu niet doe, kan het misschien niet meer, want ik kan volgend jaar wel dood zijn'.

De hegEn zo gebeurde. Jean-Baptiste zaagde met zijn 9 PK motorzaag de bomen af op ongeveer 1 meter 25, Lex en Hans trokken aan het touw dat de boom de goede kant op deed vallen en er werd een groot vreugdevuur gestookt, waar alle te dunne takken en stammen op gingen. J-B zaagde van 2 tot 3, en wij waren nog tot 7 uur bezig met opruimen. De eerste dag hadden we nog hulp van Hans en Joke, maar die gingen weer weg en de dagen erna moesten we het alleen opknappen. Lex ruimde ook zo veel mogelijk de wilde bramen op waar de tuin mee overwoekerd was, je brak bij elke stap je nek over die taaie doornige ranken. Ook brandnetels en manshoge distels gingen op de brandstapel.

De volgende dag kwam J-B met een cadeautje: een mand van notenbast die hij zelf gevlochten had, en zeker twee kilo cèpes, een eetbare paddestoel, die wij op eerdere vakanties in de Creuse al hadden leren waarderen. Ik zette ze in een plastic teiltje in het aanrechtkasje voor de volgende dag, maar toen het kastje weer openging, was alles vergeven van de kleine worpjes! Zout water deed de cèpes opzwellen als vieze met snot gevulde sponzen... we vertelden het nooit aan J-B, maar zijn zo moeizaam in het bos gezochte cèpes verdwenen niet in onze magen, maar in de vuilnisbak. De mand was echter prachtig en deed daarna dienst als lectuurbak. Later in de week bracht hij ook een kilo heerlijke honing van eigen bijen mee.

De hegTijdens een van de pauzes vertelde hij over zijn grote passie: de jacht op 'grives', lijsters. Hij legde uit dat hij een baan in het bos vrij van varens hakte en daar 800 strikken van paardenhaar plaatste. Hij had recht op 2000 strikken, maar dat was hem te veel. Hij deed het niet voor de verdiensten, want de vergunning was haast duurder dan de opbrengst van de verkoop, maar vanwege de traditie, hij ging al lijsters vangen toen hij 12 jaar oud was, samen met zijn vader. Hij beloofde ons met een gezicht waar het 'jullie zijn grote boffers' vanaf straalde, een stel door hem gevangen lijsters, als we in oktober een weekend zouden komen. Toen ik, tamelijk in paniek bij het vooruitzicht van een maaltje van die kleine vogeltjes, uitriep: 'ik weet niet hoe ik dat klaar moet maken!' meldde hij blijmoedig dat hij er ook een recept bij zou leveren. 'Een of twee per persoon als je ze als voorafje eet, drie of vier als hoofdmaaltijd'. We moesten er niet aan denken, maar het viel nog niet mee om dat aardig te zeggen. We losten het op door, eenmaal weer thuis, alle lijsterbessen uit onze Nederlandse tuin te plukken en die aan Igor mee te geven, die het weekend naar les Woieries ging, met een briefje erbij dat we hoopten dat zijn lijsters onze Hollandse bessen ook lekker zouden vinden, maar dat we toch liever afzagen van de ons beloofde traktatie... We kregen een kaartje terug met een begripvol: 'lijsters zijn een delicatesse, maar alleen voor Fransen!'
Jean-Baptiste was wat dat betreft dapperder dan wij, hij at zijn Hollandse pannenkoeken 'met zout en zoet tegelijk' met smaak op en beweerde zelfs dat hij ze zelf ook eens zou bakken. 'Dat is weer eens wat anders, want nu eet ik elke dag een biefstukje, dan met aardappels, dan met rijst en dan weer met macaroni. En ik kook dan een heel pak tegelijk, dan eet ik er een paar dagen van.' Niet echt een menu om vrolijk van te worden...

De hegVrolijk was hij echter wel. Hij grijnsde breed vanonder zijn door de chemokuren dunner wordende haar, dat hij het nog niet zo slecht deed voor een 'grand malade'. Na het éne uurtje bomen zagen van de eerste dag, waarna hij echt aan het eind van zijn Latijn was, hield hij het de dagen erna 2 uur vol. En wij maar slepen! 6 Dagen en ruim 250 omgezaagde bomen en boompjes verder, hadden we 4 m³ haardhout dat nog 2 jaar moest drogen, een keurige heg, een kale tuin en overal spierpijn.
En J-B had het gigantische bedrag van 100 euro verdiend.

Lex veranderde één van de drie brandplekken in de tuin in een perk, hij spitte de grond en de as om en we plantten er de 30 20 cm hoge sparretjes die ik van An, een pedicureklant had gekregen. Ook hier kwamen stammetjes om het perk heen te liggen als afscheiding en ter bescherming tegen de nietsontziende maaischijf van J-B, die in oktober de hele tuin nog een keer zou komen maaien en in mei weer. Toen Igor met zijn vriendin Saripa en vrienden Marc en Diana het weekend na onze laatste vakantie in les Woieries waren, spitten zij nog de twee andere plekken om, legden er boomstammetjes omheen en plantten, vlak voor ze weggingen, want ze waren ze eigenlijk een beetje vergeten, de hortensia's die ik van mijn vriendin Trudy had gekregen, die haar tuin wilde renoveren en alle grote planten kwijt wilde.

Als afsluiting van de zomer gingen we de laatste vrijdag van ons verblijf eten in de Auberge. We waren die ochtend flink bezig geweest met opruimen, dus trokken wel even schone nette kleren aan voor ons romantische etentje voor twee.
Bij de Auberge aangekomen schudden we natuurlijk uitgebreid handen met de 'aubergistes', Marie-Ange en Marc Lecoq, en ook met Monsieur Liesch, die daar aan een formica tafeltje achter een glaasje bronwater zat te kletsen met een andere meneer. 'Kom erbij zitten' vroeg Liesch en dat deden we. Gezellig, een aperitiefje drinken, dat leek ons wel leuk. Er schoven nog een paar heren aan, waaronder Monsieur Bouillot, de metselaar. Allemaal in hun vuile kapotte werkkleding. Daar zaten wij dan opgeprikt in onze zondagse plunje! Er volgde een geanimeerd gesprek over de jacht op wilde zwijnen, over de schande dat er voortaan betaald zou moeten gaan worden om bouwafval te dumpen op de stort, over het zoeken van paddestoelen en over de 35-urige werkweek, die al die handwerkslieden een lachertje vonden, ze werkten soms wel het dubbele aantal uren. Tijdens deze geanimeerde gesprekken kregen wij taboulé, daarna kip met rijst en als toetje kaas op ons placematje gezet. Dit was niet helemaal Lex' idee van een romantisch etentje voor twee, maar wel erg gezellig! Toen Lex af wilde rekenen, bleek dat Monsieur Liesch alles betaald had en toen Monsieur Bouillot dat hoorde, wilde hij ook op iets trakteren en bestelde een fles champagne. Zodat we uiterst vrolijk naar huis toe liepen, samen met Marie-Ange Lecoq, die ons huis graag wilde zien en die, zoals iedereen, heel enthousiast uitriep dat ze het prachtig vond.

Dat was het ook, prachtig. In twee jaar tijd hadden we van een stinkende, verwaarloosde troep een leefbaar, gezellig huis gemaakt.
Met om het terrein- dat- een- tuin- moet- worden een keurige heg.

Jean-Baptiste trakteerde ons op een etentje in Hargnies. Als we dan geen lijsters wilden, dan moest hij maar een andere traktatie verzinnen! Het mistte behoorlijk en in een flits zag ik een kudde schapen opdoemen aan de kant van de weg. Dacht ik. Het bleken wilde zwijnen te zijn! We zagen ook twee keer een vos oversteken. Op de terugweg, na het heerlijke met veel wijn overgoten etentje, zag Jean-Baptiste alles wat minder nauwkeurig, vooral de berm had grote aantrekkingskracht... Gelukkig kwamen we toch veilig thuis! De 100 euro die hij bij ons verdiend had met de heg, was vast niet toereikend voor dit festijn. Zulke klanten moet je niet te veel hebben!

 

Pas de Problème
Powered by CMSimple